Onze werking ... een voorbeschouwing
Onze Centrale is vertegenwoordigd in tal van professionele en interprofessionele instanties, commissies en werkgroepen. De belangrijkste organismen zijn :
Een Paritair Comité wordt in principe opgericht voor een bepaalde bedrijfstak.
Het is samengesteld uit vertegenwoordigers van de representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties en wordt voorgezeten door een Sociaal Bemiddelaar van het Ministerie van Arbeid en Tewerkstelling.
De werknemersmandaten worden toegekend aan de interprofessionele syndicale organisaties die ze in haar schoot, conform de statuten en de interne afspraken, toekent aan één of meerdere Centrales.
Zo is uitsluitend onze Centrale bevoegd voor de Paritaire Comités Voedingsnijverheid, Handel in Voedingswaren (arbeiders) en de Horeca (arbeiders én bedienden).
Voor de sector Uitzendarbeid (interims) hebben de Algemene Centrale en BBTK een mandaat in het Paritair Comité en het Sociaal Fonds. De standpunten worden evenwel voorbereid en ingenomen op de ABVV-coördinatiecel interims waar alle centrales in zetelen.
Sommige Paritaire Comités zijn enkel bevoegd voor het arbeidspersoneel (bvb. het Paritair Comité voor de Voedingsnijverheid) anderen zijn bevoegd voor arbeiders en bedienden (bvb. het Paritair Comité voor de Horeca).
Van zodra bepaald is onder welk Paritair Comité de werkgever valt, is de werkgever verplicht de algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten, gesloten in dit Paritair Comité, na te leven.
De opdracht van het Paritair Comité bestaat erin :
- Collectieve overeenkomsten af te sluiten
- Geschillen tussen werkgevers en werknemers te voorkomen of bij te leggen
- De Regering, de Nationale Arbeidsraad, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven of de bedrijfsraden, op hun verzoek of op eigen initiatief, te adviseren over aangelegenheden die tot hun bevoegdheid behoren.
- Bovendien kan een wet andere taken aan het Paritair Comité toevertrouwen.
Hierna volgt een overzicht van alle Paritaire Comités waarvoor onze Centrale bevoegd is (lijst per 1.11.2008):
| Nr. |
Benaming |
| 100 |
Aanvullend Paritair Comité voor werklieden |
| 118 |
Paritair Comité voor de Voedingsnijverheid |
| 119 |
Paritair Comité voor de Handel in Voedingswaren |
| 132 |
Paritair Comité voor de Technische land- en tuinbouw |
| 144 |
Paritair Comité voor de Landbouw |
| 145 |
Paritair Comité voor het Tuinbouwbedrijf |
| 146 |
Paritair Comité voor het Bosbouwbedrijf |
| 302 |
Paritair Comité voor het Hotelbedrijf |
| 312 |
Paritair Comité voor de Warenhuizen |
| 318.1 |
Paritair subcomité voor de diensten voor Gezins- en Bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap,
het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap |
| 322 |
Paritair Comité voor de Uitzendarbeid1 |
| 322.1 |
Paritair subcomité voor de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren
(dienstencheques) |
| 333 |
Paritair Comité voor de Toeristische attracties |
Voor de Horeca-sector zijn we bevoegd voor zowel de arbeiders als de bedienden.
1 Enkel voor de interims tewerkgesteld in de sectoren behorend tot de bevoegdheid van onze Centrale
In de meeste van onze sectoren werd een Sociaal Fonds opgericht dat wordt beheerd door vertegenwoordigers van de werkgevers en vertegenwoordigers van de syndicale organisaties.
Het Sociaal Fonds haalt zijn inkomsten uit bijdragen van de werkgevers, berekend op de loonmassa (= totale loon uitbetaald in de onderneming).
Een Sociaal Fonds kan onder meer instaan voor volgende taken, overeenkomstig de sectorale overeenkomsten ter zake :
- Modaliteiten Syndicale Premie
- Uitbetaling aanvullende vergoeding Brugpensioen
- Terugbetaling kosten syndicale vorming
- Modaliteiten en uitbetaling bestaanszekerheidvergoedingen
- Uitbetaling eindejaarspremie (Horeca, Interim, groene sectoren)
- Vorming, onder meer via de Vormingsinstituten
ABVV HORVAL treedt op als uitbetalingsinstelling voor een aantal voordelen van de Sociale Fondsen.
Het Fonds Tweede pijler organiseert het sectoraal aanvullend pensioenplan voedingsnijverheid (PC118). Dit Fonds wordt paritair beheerd door de vakbonden en werkgevers van de sector.
Sedert een 15-tal jaren worden alle ondernemingen verplicht een bijdrage voor te behouden voor risicogroepen, hetzij door deze bijdrage te storten aan het tewerkstellingsfonds, hetzij door eigen initiatieven te ontwikkelen op sectoraal vlak. In de Voedingsnijverheid en de sector Horeca werd geopteerd voor een sectorale aanpak en werden vormingsinstituten opgericht.
- Voedingsnijverheid (PC118) : Instituut voor Professionele Vorming
- HORECA : Centrum voor Vorming en Vervolmaking
- Fonds Tweede pijler Voedingsnijverheid
- De Bijzondere Raadgevende Commissie voor de Voeding (CRB - Centrale Raad voor het Bedrijfsleven)
- De Verlofkas voor Belgische Voedingsbedrijven
- GUIDEA – Kenniscentrum Horeca