In Memoriam – Kameraad Arthur Ladrille, voormalig voorzitter van de Voedingscentrale (1977–1997)
Deze zomer bereikte ons het droevige nieuws dat onze kameraad Arthur Ladrille is overleden. Twintig jaar lang, van 1977 tot 1997, was hij voorzitter van de Voedingscentrale. Een korte terugblik op zijn carrière en zijn verdiensten binnen het ABVV kan dan ook niet ontbreken.
Een vanzelfsprekend traject richting vakbondswerk
Arthur Ladrilles gedrevenheid als hoofdkassier en zijn kennis van de diverse collectieve overeenkomsten bij de coöperatieve Union des Coopératives de Charleroi, met meer dan 1.200 werknemers verspreid over tien paritaire comités bleef niet onopgemerkt. In november 1968 werd hij secretaris van de afdeling Charleroi binnen de Voedingscentrale.
De regio Charleroi kende eind jaren ’60 een zware economische terugval. De sluiting van steenkoolmijnen, problemen in de staalindustrie en een krimpende voedingssector leidden tot massale werkloosheid. De streek bleef, geplunderd door het kapitalisme, achter met een hoog aantal werklozen. “De permanente vakbondsafgevaardigden werden noodgedwongen specialisten in sluitingen van ondernemingen,” verklaarde Ladrille destijds.
In deze moeilijke periode werd hij benaderd door Henri Ceuppens, toenmalig voorzitter van de Voedingscentrale, die hem als zijn opvolger zag hoewel Ladrille geen deel uitmaakte van de nationale bestuursorganen. Op 1 juli 1977, amper 36 jaar oud, nam Ladrille het voorzitterschap op.
Grote uitdagingen: nationaal én internationaal
Een van zijn eerste wapenfeiten was de gelijkschakeling van de startdata van cao’s binnen de vele subsectoren van de voedingsindustrie. Samen met collega’s van andere vakbonden werd aangedrongen op eenzelfde overeenkomst, op hetzelfde uur en voor dezelfde duur voor iedereen – een grote stap vooruit voor de werknemers, wat onze positie aan de onderhandelingstafel versterkte.
In 1986 volgde de oprichting van het Sociaal Fonds Horeca, een mijlpaal in de strijd voor betere arbeidsvoorwaarden in de horeca. Tot dan toe weigerden werkgevers een fonds te erkennen. De arbeidsvoorwaarden waren er ondermaats en de lonen ontzettend laag. Misbruiken waren schering en inslag: zo werden werknemers in december ontslagen om de eindejaarspremie te omzeilen, om hen in januari opnieuw aan te werven. Een akkoord werd bereikt, wat gepaard ging met een grote campagne en de ontwikkeling van een sterke vakbond in de horeca, zoals we deze tot op heden kennen.
Internationale solidariteit was voor Ladrille geen loze slogan. In 1982 werd hij voorzitter van SETA (later EFFAT), de Europese vakbondsfederatie voor voeding, landbouw en toerisme. Een doorbraak kwam er in Genève bij de Danone-groep, waar topman Antoine Rimbaud toezegde vakbonden voortaan vooraf te informeren bij internationale herstructureringen en met de vakbonden tot bevredigende akkoorden voor de werknemers wou komen – een belangrijke stap richting Europese ondernemingsraden.
Ook tegenover Coca-Cola toonde Ladrille zijn vastberadenheid. Toen in Guatemala vakbondsafgevaardigden werden vermoord door doodseskader die gelinkt waren aan de lokale licentiehouder van het drankenmerk, dreigde de Europese vakbeweging met een boycot. Op 1 mei 1984 herhaalde Ladrille in Brussel zijn eisen tegenover topmensen van Coca-Cola. De Centaal-Amerikaanse concessiehouder werd uiteindelijk vervangen, maar Ladrille bleef kritisch: “Internationale solidariteit is nog te zwak. Wij zouden beter extra hulp bieden aan onze internationale organisaties en werknemers in andere landen.”
Kameraad Arthur Ladrille laat zonder twijfel een blijvende indruk na. Zijn inzet, zowel nationaal als internationaal, blijft een voorbeeld voor velen binnen onze beweging.